terug
 

Jacoba van Heemskerck
een zoektocht naar abstractie

In de serie 'Opmerkelijke vrouwen van de avant-garde 1900-1950' is deze keer aandacht voor de persoon en het werk van Jacoba van Heemskerck. (1876-1923). Als kunstenares was zij veelzijdig en beoefende talrijke technieken: tekenen, schilderen, etsen, houtsnede en lithografie. In de laatste fase van haar leven maakte zij gebrandschilderde ramen in een geheel eigen stijl. Ook voor Jacoba van Heemskerck was het moeilijk om als vrouw en kunstenaar erkenning te krijgen. Zeker in Nederland. Als men terugleest in de digitale documenten ontstaat een beeld van een eigenzinnige, kwetsbare en tegelijk sterke artistieke persoonlijkheid.

Door Wim Adema

Jacoba van Heemskerck werd op 1 april 1876 geboren te Den Haag. Zij was een dochter van jonkheer Jacob Eduard van Heemskerck van Beest en Geertruida de Feyer. Haar vader was bekend door het schilderen van schepen. Van hem kreeg zij haar eerste schilderlessen. Tussen 1897 en 1901 volgde Jacoba de opleiding aan Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten te Den Haag. Later kreeg zij lessen van de bekende kunstenaar Ferdinand Hart Nibbrig te Laren. In Parijs vervolgde Jacoba van Heemskerck haar opleiding (atelier croquis). Haar eerste bekendheid kreeg zij in die tijd door deelname aan de grote expositie 'Femmes Peintres et Sculpteurs'. Haar toekomstige partner, Marie Tak van Poortvliet ontmoette Jacoba in 1905. Op het landgoed Loverendale te Domburg verbleven zij talrijke zomerperiodes. In deze plaats ontstonden ook de contacten met Piet Mondriaan, Jan Toorop en andere beeldende kunstenaars.

Kubisme en expressionisme
Omstreeks 1911 werd de kubistische stroming voor Jacoba van Heemskerck belangrijk, maar deze belangstelling wijzigde zich later toch in een grote interesse voor het expressionisme. Op de jaarlijkse Salon des Indépendants te Parijs (1911-1913) exposeerde zij haar nieuwe werk. De Erste Deutsche Herbstsalon uit 1913 was een belangrijke stap naar internationale erkenning. De oprichter van Der Sturm, Herwerth Walden, onderkende de kwaliteit van haar werk en gaf Jacoba in Berlijn de gelegenheid om een presentatie van nieuw werk te geven. Haar partner Marie zorgde bovendien voor goede internationale contacten en was zelf ook heel actief als kunstverzamelaar. Zij kocht werk van Kandinsky, Picasso, Braque, Delaunay, Chagall en anderen. Walden bezocht 1941 ook de Loverendale te Domburg. Het was een lange en belangrijke vriendschap, welke echter beëindigd werd door tegengestelde politieke opvattingen. Niettemin bleef er nadien een goed schriftelijk contact tussen Walden en van Heemskerck bestaan.

Zoektocht naar monumentaliteit
In helder geschilderde landschappen verschuiven de figuratie en de kleuren langzaam naar een abstracte vormgeving. Na 1917 werd het werk van Jacoba van Heemskerck vooral kleurrijker en ontstonden de zwarte contourlijnen, die men later ook terugzag in de gebrandschilderde ramen. Met name de schilder Wassily Kandinsky inspireerde haar bijzonder. In hem vond zij een samengaan tussen het 'geistliche' en de visuele vormgeving. Van Heemskerck had zelf een grote interesse in de antroposofie en voor de persoon van Rudolf Steiner.

Met de ontwikkeling van gebrandschilderde ramen lijkt zij in haar werk een definitieve vormgeving te hebben gevonden. Kleur, lijn en vorm vonden elkaar in beeld en tegenbeeld, geometrische variaties speelden een fantasierijk spel met de kleur en de zwarte contourlijnen. Deze werkstukken waren monumentaal van afmeting. Vanaf 1918 kreeg zij grote opdrachten, waarvan het werk voor de Marinierskazerne en het GGeGD-gebouw te Amsterdam zeer bekend werd. Door haar grote ervaring met kleuren werd zij door de wetenschapper Willem Zeylmans van Emmichhoven uitgenodigd om mee te werken aan een groot onderzoek bij Domburgse kinderen, waarin de invloed van kleuren op hun karakter en emotie werd onderzocht. Zijn proefschrift werd later posthuum aan Jacoba opgedragen.

Een te kort leven
Het leven was te kort voor Jacoba van Heemskerck. Zij kreeg te weinig tijd om haar artistieke visie verder vorm te geven. Een plotselinge aanval van angina pectoris zorgde voor een onverwacht einde. Gelukkig was haar werk en archief in goede en vertrouwde handen van Marie Tak van Poortvliet. Deze vrouw was jarenlang haar inspirerende partner, steun en toeverlaat, die ook vele wegen in de kunstwereld ontsloot. Jacoba van Heemskerck trof het echter niet met de Nederlandse kunstwereld: er waren conflicten met Jan Toorop en Piet Mondriaan. Er was weinig waardering voor haar werk in Nederland. Daarentegen bestond er in Duitsland veel waardering voor persoon en werk. Exposities, waaronder een belangrijke overzichtstentoonstelling in het Haagse Gemeentemuseum (1982), zorgden echter na haar overlijden toch voor Nederlandse erkenning en bekendheid.

'Farbe und Linien haben für alle eine verschiedene eigene Sprachr, die nicht im Titel festgelegt werden will'.

Jacoba van Heemskerck was in haar tijd een opmerkelijk zelfstandig beeldend kunstenaar. Tegen de stroom in van een dominante mannelijke kunstwereld zocht zij naar een eigen identiteit, kwetsbaar maar onverzettelijk, samen met haar partner Marie Tak van Poortvliet.

Bron: monografie Jacoba van Heemskerck, 1976-1923, schilderes uit roeping, door Ingrid van den Bergh, 1982, ISBN 90 4009 0645.

zie ook: You Tube-Jacoba van heemskerck-Vivaldi- Nisi dominus. Via een diapresentatie kan men haar werk bekijken.

Terug naar boven